Als ik doodga, hoop ik dat iemand naast me komt zitten. Niet bang of verkrampt. Gewoon naast me.

07 mrt 2026 | Lifestories

Sander De Hosson is een Nederlandse longarts en oprichter van Carend, het platform dat zich inzet voor goede voorlichting over palliatieve zorg. Al jaren maakt hij zich sterk voor zorg die niet alleen gericht is op genezen, maar op verzachten – voor wie niet meer beter wordt, maar nog wel leeft.

Sander deelt verhalen over patiënten die hem raken, families die hem bijblijven en situaties die hem aan het denken zette. Voor Linda.nl schreef hij volgend pakkend artikel.

Het gebeurt, daar ontkomt niemand aan.

“Als ik doodga – en dat gebeurt, daar ontkomt niemand aan – hoop ik dat niemand zijn best doet om dat volgens een protocol te doen. In mijn vroege carrière probeerde ik de dood begrijpelijk te maken, te ordenen in protocollen, zorgpaden en stappenplannen. Alsof sterven te managen is, als een project dat vooral niet mag uitlopen. Maar diep van binnen wist ik natuurlijk al lang dat het leven zich daar niets van aantrekt. De dood al helemaal niet.

Als ik doodga, wil ik niet dat er wordt gefluisterd. Laat er gewone zinnen klinken, in gewone mensentaal. Dat iemand zegt: je gaat dood. Ik wil geen eufemismen, geen omwegen, geen vaagheden. Ik wil niet horen dat ik ga ‘inslapen’ of dat dit ‘mijn laatste reis’ is. Zachtere taal maakt het niet minder waar. Eerlijkheid maakt het draaglijker.

Als ik doodga, hoeft niemand dapper te zijn. Mijn kinderen niet, mijn geliefden niet, ikzelf ook niet. Dapperheid is overschat, kwetsbaarheid onderschat. Er mag gehuild worden. Geschreeuwd. Gezwegen. En gelachen – om alle stomme dingen die ik heb gedaan. Om de verhalen die altijd weer opduiken als vrienden rond een tafel zitten. Laat ze rondgaan. 
Als ik doodga, wil ik dat iemand naast me komt zitten. Niet verkrampt, niet bang. Gewoon naast me. Niet iemand die gaat regelen of oplossen, maar iemand die blijft. Juist wanneer er niets meer te doen valt.

Ik weet zo goed hoe die laatste dagen eruit kunnen zien. Kamers vol liefde heb ik gezien en ook zoveel kamers vol stilte. Ik heb gezien hoe het lichaam langzaam zijn taal verliest, hoe woorden verdwijnen. En als ik mezelf onderweg kwijtraak, hoop ik dat iemand me terugvindt.

Als ik doodga, hoop ik dat niemand haast voelt. Dat ze niet gaan tellen in uren of dagen, niet gaan trekken, niet gaan duwen. Niet gaan denken: het zou nu toch wel een keer mogen. Sterven heeft zijn eigen tempo. Koop dan maar een goede fles wijn. En proost. Als ik doodga, hoop ik dat iemand me blijft aanraken. Gewoon om te zeggen: jij bent er nog, maar ík ook. Ook als woorden zijn weggevallen. Juist als ik niets meer terug kan geven. Als ik doodga, wil ik dat niemand denkt dat hij het verkeerd heeft gedaan. Geen eindeloos: hadden we maar … 
We hadden niets. We hadden elkaar. Dat was genoeg.

Laat het leven tot het einde gewoon leven blijven.

Ik hoef geen perfecte laatste woorden, geen zorgvuldig gecomponeerde slotzin. Het leven is zelden rond. De dood maakt het niet opeens kloppend. 
Soms eindigt een verhaal midden in een zin. Soms op een dinsdag, soms zonder dat je er klaar voor was. Als ik doodga, laat verdriet dan gewoon verdriet zijn. Laat het leven tot het einde gewoon leven blijven. En als het stil wordt, laat het dan stil zijn. Omdat het genoeg was.”

Sander De Hosson

Ontdek hier de ontroerendste verhalen van Sander De Hosson.